Dit praktijkverhaal gaat over het onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen naar de impact van gaswinning op inwoners in het aardbevingsgebied in Groningen.

  • Het bewonersperspectief staat bij de versterkingsopgave niet voorop, blijkt uit het onderzoek.
  • Er is weinig vertrouwen onder inwoners dat ze medezeggenschap krijgen. Dit moeten we met elkaar zien te repareren.
  • Er is lef nodig van bestuurders op alle niveaus om dingen te veranderen.

Benieuwd? Lees gerust door!

“Herstel van relaties moet voorop staan in Groningen”

Naast schadeherstel en het versterken van woningen is met name het herstel van vertrouwen van belang in Groningen, zegt Tom Postmes. Volgens de hoogleraar sociale psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) en wetenschappelijk directeur van het Kennisplatform Leefbaar en Kansrijk Groningen moet heling vooropstaan de komende periode. “Voordat we vooruit kunnen, moeten we op zijn minst weer samen verder willen.” Het betrekken van bewoners is daarbij volgens Postmes cruciaal.

Postmes houdt zich al gedurende langere tijd bezig met de impact die de gaswinning heeft op inwoners in het aardbevingsgebied. Op hun veiligheid, gezondheid en toekomstperspectief. Onlangs bleek dat die gezondheid en het vertrouwen vorig jaar sterk waren gedaald. De psychosociale impact van schade en versterking is groot, zo bleek. Het was eigenlijk geen verrassing, want vergelijkbare resultaten deden Postmes en zijn collega’s de afgelopen jaren vaker op. Ietwat cynisch: “Ik vraag soms aan de verantwoordelijken: waarom doen jullie nooit iets met die adviezen?” Postmes is niet bang om stevige woorden in de mond te nemen als het aankomt op bestaande structuren die een goede oplossing in de weg staan. Toch is hij allerminst verbitterd en ziet hij genoeg mogelijkheden voor verbetering. Wat daarvoor nodig is, is lef bij politici en beleidsmakers, zegt hij.

Het Kennisplatform Leefbaar en Kansrijk Groningen bracht onlangs een advies uit over het beter betrekken van het bewonersperspectief bij de versterkingsopgave in Groningen. Hoe is het met dat perspectief gesteld?

“Kortgezegd: niet zo best, blijkt uit ons advies. Bij de versterking van woningen staat het perspectief van de bewoners niet voorop. Als bewoner krijg je een stoomwals over je heen van procedures en instanties. Nadat de overheid heeft geconstateerd dat je huis niet veilig is, hoor je vaak een hele tijd niks, en vervolgens krijg je opeens een ambtenaar over de vloer met een dik rapport waarin staat wat jij met je huis moet doen. En die bewoner denkt: en ik dan? Het is toch mijn huis? Die manier van werken is ooit tot stand gekomen doordat iemand dat zo heeft bedacht. Maar eigenlijk is dat een heel raar circus dat je over mensen uitroept. Het levert situaties op die niet zijn uit te leggen aan bewoners. In de adviezen die zij te horen krijgen zitten allerlei aannames, waarbij de bewoners nooit betrokken zijn. De vraag ‘hoe zit het eigenlijk met uw veiligheid, wat kunnen we eraan doen?’ is nooit gesteld. Niet op systeemniveau. BZK heeft ons gevraagd om mee te denken over het beter betrekken van het bewonersperspectief bij de versterking en het toekomstperspectief van Groningen.”

Tom Postmes
Tom Postmes

Hoe hebben jullie het onderzoek vervolgens aangepakt?

“Ons achtergrondonderzoek bestaat uit drie pijlers: een verkenning, een inventarisatie en een analyse door een groep experts. De verkenning was vooral bedoeld om te kijken wat alle betrokken partijen voor beeld hebben van de manier waarop bewoners nu betrokken worden. En vooral ook hoe men dat in de toekomst graag ziet. Dat waren gesprekken met overheden, instanties en maatschappelijke organisaties. Het tweede onderdeel was onze eigen inventarisatie van hoe het gesteld is met de huidige kwaliteit van bewonersparticipatie in de versterking en het toekomstperspectief. Er zijn zoveel verschillende werkwijzen en regelingen: we wilden meer overzicht. Vanuit het Nationaal Programma Groningen is er bijvoorbeeld een bak met geld waar bewoners zelf mochten bepalen wat ze willen. En op andere gebieden worden dingen besloten zonder enige betrokkenheid van bewoners of maatschappelijke organisaties. We wilden de stand van zaken beter in beeld krijgen. In het derde deel van dit project van het kennisplatform hebben we een groep experts (met grote namen op het gebied van burgerparticipatie zoals André Schaminéé, Marije van den Bergh en Mayke Zandstra) bij elkaar gebracht om te kijken hoe we de bewonersparticipatie verder kunnen verbeteren en hun perspectief beter kunnen betrekken.
Dat achtergrondonderzoek was best een ‘rocky road’. Er is nu eenmaal veel oud zeer. Sommige mensen emotioneert het. Mensen voelen zich bedrogen. ‘Kom je nú aan met die vraag’. Zij hebben geen vertrouwen meer dat ze medezeggenschap krijgen. Mensen zijn verdrietig, boos en machteloos.”

Advies Kennisplatform: verbeter de participatie
‘Verbeter de participatie van bewoners in het gaswinningsgebied’, zo adviseert het Kennisplatform Leefbaar en Kansrijk Groningen. Het advies is onderdeel van een onderzoek naar het verbeteren van het bewonersperspectief in de versterkingsoperatie in Groningen dat het platform uitvoerde in opdracht van het ministerie van BZK. Op 17 maart (onder voorbehoud) wordt het onderzoeksrapport besproken in de Tweede Kamer.
Volgens de onderzoekers komt participatie nu moeilijk tot stand vanwege het wantrouwen dat er heerst. Gebroken beloftes in het verleden hebben het vertrouwen sterk aangetast, aldus hoofdonderzoeker Nienke Busscher. “Het herstellen van de goede relaties is dan ook een centrale opgave.”
De onderzoekers pleiten in hun advies onder meer voor minder regels, meer zeggenschap van maatschappelijke organisaties bij beleidsvorming, integraal denken en handelen en gebiedsgericht werken.

Wat is ervoor nodig om die emoties een plek te geven?

“Misschien kun je het een proces van heling noemen. Er moet veel worden gerepareerd. Het herstel van relaties is een grote opgave, die moet een centrale plek krijgen. Naast de gaswinning zijn er nog meer open zenuwen, zoals rondom de plaatsing van windmolens. Daar zie je: hoe groter de ingreep in de leefomgeving, hoe kleiner de kans dat er met bewoners wordt gepraat. Dat moet echt veranderen. Allereerst moeten we analyseren waar het vastzit. Vaak is een verstoorde relatie de reden dat het weinig zin heeft om de koppen bij elkaar te steken. Het vertrouwen hoeft niet hersteld te zijn, maar je moet op zijn minst op een punt komen dat je weer verder wilt met elkaar. Mensen willen gewoon erkenning van dingen die fout zijn gegaan. Het zou al helpen als ze horen: ‘we hebben het stom aangepakt’.
In ons achtergrondonderzoek concluderen wij dat er op dit moment niet aan de voorwaarden is voldaan om het bewonersperspectief überhaupt te kúnnen betrekken. Een van onze adviezen is: ga als overheid eens weg van de ideeën die je hebt over wat móet, maar trek het naar het niveau waar iedereen weer een gemeenschappelijk belang heeft. Overheid en inwoner willen op dit moment niet hetzelfde. Wat daarvoor nodig is, is antwoord op de vraag: hoe wil je hier eigenlijk wonen? Die vraag durven sommige instanties en overheden niet meer te stellen, ook omdat ze bang zijn voor dat verwijt: ‘kom je nú aan met die vraag’. Het vergt echt lef om die vraag, na al die jaren van beloftes, toch weer te stellen op een niveau waarop bewoners mee kunnen praten: de wijk, straat of het dorp. De vraag ‘hoe willen we het hier in ons buurtje?’ heeft ontzettend veel voordelen. Maak de versterkingsopgave onderdeel van een breder plan, zoek verbinding tussen wensen van bewoners, de noodzaak van duurzaam herstel van schade en de ruimtelijke opgaven van gemeenten.”

Wat vraagt dat van gemeenten, provincie en politici?

“Als eerste moeten ze het eens worden dat ze dit willen. Ons advies: kies een doelstelling waarbij je er samen met bewoners weer een bloeiende provincie van kunt maken.
We hebben te maken met heel ingewikkelde problematiek die op het bord ligt van zowel gemeente, provincie en rijk. Daarbij kom je veel situaties tegen waarin je denkt: het democratisch proces kan op veel manieren beter! Vaak worden ingewikkelde vraagstukken bestuurlijk onderhandeld en kan er door Provinciale Staten, de Tweede Kamer of gemeenteraad alleen maar worden afgehamerd. Achteraf is het verhaal dan altijd dat er uitgebreid met de maatschappelijke organisaties is gesproken. Soms is dat ook zo. In de raadszaal of het parlement is er dan nog maar weinig ruimte voor die vraag ‘hoe willen we het hier?’.
Van politici en beleidsmakers vergt het lef om dingen te veranderen, zich onze adviezen toe te eigenen en bewoners meer zeggenschap te geven. Je hebt toch minder macht en controle. Het is belangrijk dat je als overheid vertrouwen geeft en vertrouwen hebt in jezelf. Spring in het diepe, leer zwemmen, want je gaat ademnood tegenkomen.”

De provincie werkt met de Expeditie participatie samen met betrokkenen aan nieuw participatiebeleid. Wat mogen ze daarbij niet vergeten?

“Ik zou willen dat men lessen trekt uit de omgang met de gaswinningsproblematiek. We hebben één overheid. Maar je merkt toch vaak dat gemeenten, provincie en Rijk het ingewikkeld hebben met elkaar. Ze touwtrekken om geld en misschien ook macht. Zo is er natuurlijk weinig ruimte voor bewoners en participatie. Het ‘systeem’ is erg ingewikkeld en verantwoordelijkheden zijn niet altijd duidelijk. Als ik dat zo van een afstand bekijk denk ik: hak die Gordiaanse knopen door. Neem je verantwoordelijkheid of gun hem een ander. Als het voor inwoners duidelijk is wie aan het roer staat, dan weet je wie aanspreekbaar is en dan kan het over concrete dingen hebben. Eigenlijk zeg ik: vergeet jezelf niet.”

Meer informatie